Van SEO naar GEO: hoe zoekzichtbaarheid verandert in het AI-tijdperk
Een nuchtere blik op hoe generatieve AI en antwoord-engines de manier waarop content gevonden wordt fundamenteel veranderen, en wat teams daar verstandig mee kunnen doen.
Van SEO naar GEO: hoe zoekzichtbaarheid verandert in het AI-tijdperk
1. Van SEO naar GEO: wat er echt verandert (en wat niet)
De term "GEO" – Generative Engine Optimization – klinkt alsof iemand een nieuw buzzwoord nodig had voor een conferentieslide. Toch raakt het wel iets wezenlijks: de manier waarop onze content gevonden en gebruikt wordt, verschuift door generatieve AI en antwoord-engines.
Ik zie het niet als een compleet nieuw vakgebied naast SEO, maar als een kanteling van perspectief. Waar klassieke SEO vooral draaide om "ranken", gaat GEO veel meer over "begrepen worden".
Belangrijk om meteen scherp te stellen:
- SEO is niet dood.
- Organische zichtbaarheid blijft belangrijk.
- Veel technische SEO-principes blijven gewoon overeind.
Maar de rol van SEO verandert. Zoekresultaten zijn steeds vaker samenvattingen, AI-overzichten en antwoordblokken. De klik naar jouw site is niet meer automatisch het eindpunt. Een deel van de zichtbaarheid verschuift van "sessies in Analytics" naar "aanwezigheid in gegenereerde antwoorden" – en dat is precies waar GEO over gaat.
Ik wil hier geen hypeverhaal maken, maar uitleggen hoe dit mechanisch werkt en wat je daar als technisch team op een nuchtere manier mee kunt doen.
2. SEO is niet dood, maar het spel is anders geworden
De doodverklaring van SEO is een vaste traditie. Elke paar jaar slaat iemand weer op de gong: voice search, mobile, featured snippets, nu LLM's. In de praktijk is SEO nooit verdwenen, maar de context is wel ingrijpend verschoven.
Vroeger was het redelijk lineair: iemand zoekt iets, ziet een lijst links, klikt op een resultaat en komt op jouw site. Succes werd bijna één-op-één gemeten in rankings en organische sessies.
Vandaag is die keten verbroken. De interface waar je verschijnt:
- kan een klassieke SERP zijn met tien blauwe links;
- kan een pagina zijn met daarboven een uitgebreid AI-samenvattingsblok;
- kan een chatachtige omgeving zijn (Copilot, Perplexity, ChatGPT, etc.) waar jouw site niet eens in beeld komt, maar wel als bron onder water wordt gebruikt.
SEO verdwijnt daar niet, maar de rol verandert. Minder een "rondje tactiek rond keywords en backlinks", meer een laag in je informatiearchitectuur: hoe goed is je site als bron, ongeacht of er wel of niet wordt doorgeklikt?
3. Zero-click: wat het is en waarom het nu belangrijker wordt
"Zero-click" is zo'n term die vaak valt, maar waar niet iedereen een concreet beeld bij heeft. In de kern betekent het: de gebruiker krijgt zijn antwoord zónder op een zoekresultaat te klikken.
Heel concreet:
- Je tikt "weer Amsterdam" in en krijgt direct het weerbericht in Google.
- Je zoekt "1 USD in EUR" en ziet meteen een omrekenmodule.
- Je zoekt "Ajax uitslag" en ziet de score, tijdlijn en stand, zonder een site te bezoeken.
- Je zoekt "wat is de hoofdstad van Frankrijk" en krijgt gewoon "Parijs" als antwoord, bovenaan de pagina.
In al die gevallen is er onder water content, zijn er bronnen, zijn er sites. Maar de interactie stopt in de zoekmachine-interface. Er is geen klik, dus ook geen sessie in jouw analytics. Dat is zero-click.
Met generatieve AI schuift dit op naar complexere vragen:
- "Leg kort uit wat het verschil is tussen OAuth en OIDC."
- "Wat zijn de voor- en nadelen van headless e-commerce?"
- "Hoe implementeer ik rate limiting in een Node.js API?"
Waar je vroeger vooral een lijst met documentatie, blogposts en Stack Overflow kreeg, zie je nu steeds vaker een AI-antwoord: een samenvatting, vaak met een paar bronverwijzingen eronder. De gebruiker hoeft niet per se door te klikken als dit voldoende is.
Dat voelt als verlies ("we krijgen minder verkeer"), maar de werkelijkheid is genuanceerder:
- Generieke, oppervlakkige content wordt inderdaad sneller "opgegeten" door zero-click en AI-antwoorden.
- Specifieke, diepere of contextgebonden content blijft wél een klik waard: implementatievoorbeelden, architectuurbeslissingen, opinion pieces, tools, pricing, lokale informatie.
GEO betekent hier niet: "hoe houden we elke klik tegen elke prijs vast?", maar eerder:
"Hoe zorgen we dat we, ook als de klik niet altijd plaatsvindt, nog steeds relevant en bruikbaar zijn als bron voor antwoorden?"
4. Hoe LLM's naar je content kijken – en waarom structuur en duidelijkheid dan cruciaal zijn
Klassieke crawlers analyseren vooral HTML, tekst en links. Dat doen ze nog steeds. Maar bovenop die laag werken nu modellen die betekenis proberen te halen uit diezelfde content.
Een LLM "leest" jouw tekst anders dan een mens, maar het effect is vergelijkbaar. Het model zoekt naar:
- begrippen en hoe ze zich tot elkaar verhouden;
- stappenplannen, oorzaken, gevolgen, voor- en nadelen;
- typische patronen in uitleg: definitie, context, voorbeelden, nuancering;
- signalen over wie jij bent en vanuit welk perspectief je schrijft.
Een tekst die vooral is geschreven voor "meer keywords", met veel herhaling en weinig inhoudelijke scherpte, geeft daarbij weinig bruikbare informatie. Zo'n tekst kan misschien nog net meedoen in een ouderwetse SERP, maar als trainings- of referentiemateriaal is hij zwak.
Een rustig geschreven, helder opgezet artikel met:
- een expliciete definitie ("Met GEO bedoel ik…");
- een uitleg wat het wél en níet is;
- concrete voorbeelden in begrijpelijke taal;
- en duidelijke overgangen tussen onderwerpen,
is daarentegen goed voer – voor lezers én voor modellen.
Daar helpen drie dingen enorm:
Structuur.
Een logische koppenhiërarchie (H1, H2, H3) laat zien waar het stuk over gaat, welke onderwerpen erbij horen en hoe diep je ergens op ingaat. Eén hoofdonderwerp per pagina, met subsecties voor deelonderwerpen, werkt meestal beter dan één megablok waarin alles door elkaar loopt.
Duidelijkheid.
Belangrijke begrippen definieer je gewoon. Geen halve uitleg in één bijzin, maar een heldere zin of korte paragraaf. Modellen en lezers "pakken" dat soort ankers snel op.
Semantische consistentie.
Als je in het ene deel over "Generative Engine Optimization" spreekt en halverwege alles "AI SEO 3.0" gaat noemen, wordt het moeilijker om te volgen wat nu de kernterm is. Je hoeft niet krampachtig te zijn, maar een herkenbare rode draad in terminologie helpt enorm.
Ik gebruik richting technische teams graag deze toets:
Stel dat een developer over drie maanden, zonder jou te spreken, op basis van alleen dit artikel een feature of architectuurschets moet maken. Is dan duidelijk wat je bedoelde?
Als het antwoord nee is, dan is het waarschijnlijk óók niet duidelijk genoeg voor een LLM of answer engine.
Goede GEO en goede SEO liggen hier op één lijn: je produceert informatie waar anderen iets mee kunnen bouwen.
5. Autoriteit en context: waarom wie-je-bent zwaarder weegt dan losse keywords
In een omgeving waar antwoorden samengesteld worden uit meerdere bronnen, verschuift de vraag van:
"Wie heeft de meeste SEO-signalen voor dit trefwoord?"
naar:
"Welke bronnen zijn logisch en betrouwbaar om te gebruiken bij dit type vraag?"
Dan gaat het ineens veel meer om:
- de samenhang in wat je publiceert;
- de consistentie waarmee je over een domein schrijft;
- de herkenbaarheid van je perspectief (engineering, product, research, praktijkervaring).
Een site die één keer een dun stuk over GEO publiceert "om ook iets met AI te doen", stuurt een ander signaal dan een site waar je een reeks goed uitgewerkte artikelen vindt over zoektechnologie, informatiearchitectuur, LLM's en product discovery.
Modellen (én mensen) voelen dat verschil. Documentatie van een engineeringteam, blogs van developers met echte voorbeelden, inhoudelijke discussies en case studies: dat zijn bronnen die eerder worden gebruikt als bouwstenen in antwoorden dan generieke "SEO-teksten".
Je eigen site-architectuur helpt daarbij. Categorieën, tags, interne links en navigatie laten zien wat jouw domein is, welke deelonderwerpen erbij horen en hoe alles samenhangt. Je bouwt daarmee je eigen mini-kennisgrafiek, die crawlers en modellen relatief makkelijk kunnen interpreteren.
De kernvraag is dan:
"Als morgen een model uitleg moet geven over ons specialisme, zou het logisch zijn dat wij één van de bronnen zijn waarop dat antwoord leunt?"
Als je die vraag eerlijk met "nee" beantwoordt, ligt de oplossing bijna nooit in een losse GEO-tactiek, maar in het stevig opbouwen van inhoudelijke autoriteit en context.
6. Technische basis: waarom HTML, schema en interne structuur nog steeds tellen
Het is verleidelijk om te denken: "AI is slim genoeg, die interpreteert onze site wel, ook als de HTML niet perfect is." Dat is deels waar, maar hoe beter je fundament, hoe minder kans op misinterpretatie.
Semantisch kloppende HTML helpt niet alleen zoekmachines, maar ook generatieve systemen om je content juist te ontleden:
- één H1 per pagina die aangeeft waar het echt over gaat;
- H2's en H3's die de structuur van je onderwerp volgen;
- lijsten die lijsten zijn, tabellen die tabellen zijn, geen rare misbruikte elementen puur voor layout.
Daarnaast helpt een nette technische implementatie:
- Belangrijke content moet zonder kunstgrepen crawlbaar zijn. Als cruciale tekst alleen via complex client-side gedrag verschijnt, ben je afhankelijk van de render-capaciteiten van elke crawler of answer engine.
- Schema-markup kan extra context geven ("dit is een FAQ", "dit is een product", "dit is een artikel"), niet als magische rankinghack, maar als expliciete semantische laag.
- Een doordachte interne linkstructuur laat zien welke pagina's kern zijn, welke verdieping, welke referentie. Dat maakt je site leesbaarder als "kennisnetwerk".
En ja, performance en stabiliteit blijven basisvoorwaarden. Een trage of vaak falende site is een lastige kandidaat als primaire bron. Geen enkel systeem baseert zich graag op iets dat half de tijd niet goed laadt.
GEO vraagt daarom niet minder, maar eigenlijk méér discipline in je technische fundament. Je maakt het crawlers en modellen gewoon makkelijker om correct te begrijpen wie je bent en waar je content over gaat.
7. FAQ-secties, rich snippets en wat dat wél en niet oplossen
Een vraag die ik regelmatig krijg: "Is het toevoegen van een FAQ-sectie op onze site al een goede GEO-strategie?"
Het eerlijke antwoord: een FAQ kan nuttig zijn, maar op zichzelf is het geen GEO-strategie.
Wanneer helpt een FAQ wél?
- Als je daarin echte, veelgestelde vragen helder en kort beantwoordt.
- Als de vragen specifieke fricties of use-cases in jouw domein raken.
- Als je antwoorden concreet zijn, geen vage marketingzinnen.
In dat geval kan een FAQ-sectie twee dingen doen:
- Klassieke zoekmachines kunnen FAQ-structured data oppakken en soms als rich result tonen.
- Generatieve systemen kunnen je korte, heldere Q&A's makkelijk meenemen als bouwsteen in hun antwoorden.
Wanneer is een FAQ níet genoeg?
- Als de rest van je site een rommelig zooitje is qua structuur en inhoud.
- Als je FAQ eigenlijk alleen een SEO-truc is met generieke, oppervlakkige vragen ("Wat is GEO?" "Waarom is GEO belangrijk?") zonder echte inhoud.
- Als de kernuitleg, documentatie en cases ontbreken en je alleen maar losse Q&A'tjes hebt.
Een FAQ kan een goed startpunt zijn om jezelf te dwingen scherp te formuleren waar mensen echt mee zitten. Maar GEO draait uiteindelijk om de totale kwaliteit en structuur van je kennisbasis, niet om één blokje uitklapbare vragen onderaan de pagina.
Ik zou het zo formuleren:
"Een FAQ is een prima manier om veelgestelde vragen expliciet en kort te beantwoorden. Dat helpt zowel lezers als systemen. Maar een goede FAQ bovenop slechte content en slechte structuur is cosmetica, geen GEO."
8. Lokale bedrijven in een GEO-wereld: hoe blijf je relevant?
Voor lokale bedrijven voelt dit verhaal vaak nog abstracter. Als je een fysiopraktijk, restaurant, loodgietersbedrijf of lokale B2B-dienst draait, lijkt GEO misschien ver weg. Toch speelt hetzelfde mechanisme.
Lokale zichtbaarheid draait al jaren om dingen als:
- Google Business / Google Maps-profielen;
- NAP-consistentie (naam, adres, telefoonnummer);
- lokale reviews;
- openingstijden, routes, praktische informatie.
Met generatieve AI wordt daar een laag bovenop gelegd. Mensen vragen dan bijvoorbeeld:
- "Wat is een goede fysiotherapeut in Utrecht die gespecialiseerd is in sportblessures?"
- "Welk restaurant in Rotterdam is geschikt voor een zakelijke lunch met vegetariërs?"
- "Welke loodgieter kan vandaag nog langskomen in Amsterdam Oost?"
Een antwoord-engine combineert dan:
- locatie-informatie (Maps, adressen, regio's);
- bedrijfsprofielen;
- reviews en reputatiesignalen;
- inhoudelijke informatie van sites (specialisaties, diensten, tarieven, praktische uitleg).
Wat kunnen lokale bedrijven in dat licht wél doen, zonder in hype te schieten?
-
Zorg dat je basisdata overal klopt en consistent is. Naam, adres, telefoonnummer, openingstijden, regio's die je bedient, talen – alles moet kloppen op je eigen site, in je Google-profiel en in andere belangrijke listings.
-
Wees concreet over je specialisaties en doelgroep. "Fysiotherapie" zeggen is één, "fysiotherapie met focus op hardlopers en knieblessures in Utrecht Oost" is iets anders. Generatieve systemen kunnen daar meer mee bij het matchen van vraag en aanbod.
-
Schrijf een paar heldere stukken over wat je doet en hoe je werkt. Geen blog vol lege SEO-teksten, maar rustige pagina's over je werkwijze, veelgestelde vragen van klanten, uitleg over trajecten. Dat is bruikbare input voor modellen die een "goed en passend" antwoord willen geven.
-
Moedig eerlijke reviews aan. In een AI-wereld blijven reviews belangrijk als onderliggende signaalbron. Niet als "we moeten 5 sterren scoren", maar als "er zijn voldoende echte, recente ervaringen beschikbaar".
Voor lokale bedrijven is GEO dus minder een aparte discipline, en meer: goed beschrijfbare, consistente, betrouwbare informatie aanbieden over wie je bent, wat je doet, voor wie, en waar.
9. GEO zonder hype: een nuchtere gids voor teams
De logische vraag blijft: wat dóe je hier concreet mee, als je verantwoordelijk bent voor techniek, content of product – zonder in een hype te belanden?
Ik zou het langs een paar rustige, maar duidelijke lijnen aanpakken.
1. Denk in kennisbasis, niet in losse SEO-pagina's.
Behandel je site als een publieke kennisbank: welke hoofdthema's heb je, waar staat de kernuitleg, waar zitten de verdiepende stukken, waar staan referenties en cases? Ruim oude, dunne SEO-content op of herschrijf die tot iets dat je zelf ook nog durft te laten lezen.
2. Schrijf explicieter en minder gejaagd.
Neem de tijd om uit te leggen wat je bedoelt, waar het wel en niet voor geldt, en voor wie het relevant is. Vermijd lege marketingzinnen. Een rustig artikel met duidelijke definities en voorbeelden is waardevoller dan drie lawaaiige "ultieme guides".
3. Leg je terminologie vast en gebruik die consequent.
Bepaal hoe je je kernconcepten noemt (zoals GEO, LLM's, answer engines, informatiearchitectuur) en houd dat vol. Consistente taal maakt je content voorspelbaar en beter te modelleren.
4. Maak het perspectief en de afzender zichtbaar.
Laat zien dat er echte mensen met domeinkennis achter je content zitten: developers, architecten, productteams, vakmensen. Geen groot marketingverhaal, maar rustige context. Dat helpt lezers én algoritmes.
5. Zorg dat je technische fundament klopt.
Investeer in semantische HTML, logische headings, schone URL's, zinvolle schema-markup en een interne linkstructuur die je informatiemodel weerspiegelt. Zorg dat belangrijke content zonder kunstgrepen crawlbaar is. Dit is saai werk, maar het betaalt zich lang uit.
6. Gebruik FAQ's als aanvulling, niet als wondermiddel.
Formuleer echte veelgestelde vragen en geef eerlijke, concrete antwoorden. Zie een FAQ als kans om kort en helder te zijn – niet als truc om "AI-snippets" te scoren. Combineer FAQ's altijd met sterke basiscontent.
7. Voor lokale bedrijven: leg je praktijk goed vast in tekst en data.
Kloppende gegevens, duidelijke specialisaties, eerlijke reviews en een paar goede uitlegpagina's over je diensten zijn belangrijker dan "lokale GEO-hacks". Als iemand in jouw stad vraagt om wat jij doet, moet het logisch zijn dat jij in beeld komt – door je profiel, niet door je trucjes.
8. Verander hoe je intern over zichtbaarheid praat.
Probeer het gesprek los te trekken van alleen rankings en pageviews. Zichtbaarheid in AI-antwoorden, genoemd worden in communities, terugkomen in discussies – dat zijn indirecte, maar relevante signalen. Ze zijn lastiger te meten, maar wel realistischer in het huidige landschap.
Als ik dit alles aan een technisch leiderschapsteam in één alinea moet samenvatten, zeg ik meestal:
"We gaan SEO niet vervangen door een nieuw trucje dat GEO heet. We gaan onze site behandelen als een serieuze kennisbasis: inhoudelijk sterk, logisch gestructureerd, technisch gezond en goed verankerd in ons domein. Als we dat doen, worden we automatisch beter bruikbaar – voor klassieke zoekmachines én voor generatieve systemen. Geen garanties op snelle groei, wel een fundament dat met de werkelijkheid meebeweegt."
En dat is, los van welke buzzword er volgend jaar boven de slides staat, een strategie die lang meegaat.
5 professionele, niet-clickbait titels
- Van SEO naar GEO: hoe zoekzichtbaarheid verandert in het AI-tijdperk
- Generative Engine Optimization: zichtbaar blijven als antwoorden worden gegenereerd
- SEO is niet dood, maar het werk is anders: een nuchtere blik op GEO
- Begrijpen in plaats van ranken: wat GEO betekent voor technische teams
- Zoekmachines, LLM's en GEO: bouwen aan zichtbaarheid voorbij de klik
3 veelvoorkomende misverstanden over GEO (met toelichting)
1. "GEO vervangt SEO volledig."
GEO is eerder een uitbreiding dan een vervanging. De technische basis en veel principes van SEO blijven nodig. GEO voegt daar een extra laag aan toe: optimaliseren voor generatieve interpretatie en antwoord-engines.
2. "Je moet nu content speciaal schrijven voor AI, niet voor mensen."
In de praktijk werken dezelfde kwaliteiten voor beide: heldere structuur, logische opbouw, consistente terminologie en inhoudelijke diepte. Content die mensen goed begrijpen, wordt doorgaans ook beter verwerkt door LLM's.
3. "Met de juiste GEO-tactieken kun je gegarandeerd in AI-antwoorden komen."
Er zijn geen garanties. Je kunt je kansen vergroten door goede informatie, structuur en autoriteit, maar je hebt geen directe controle over modeloutputs of interfacekeuzes van zoekmachines.
3 logische vervolgartikelen
- "Informatiearchitectuur voor GEO: hoe je je site ontwerpt als kennisbasis"
- "Technische fundamenten voor GEO: HTML, schema en interne linking diep uitgelegd"
- "Hoe LLM's content daadwerkelijk gebruiken: een praktische gids voor developers en SEO's"
Korte executive summary voor technische leiders
Generatieve AI en antwoord-engines veranderen de manier waarop mensen informatie vinden. Klassieke SEO blijft relevant, maar de focus verschuift:
- van ranken op zoekwoorden naar begrepen worden als bron;
- van kliks naar je site naar aanwezigheid in gegenereerde antwoorden;
- van tactische optimalisaties naar structurele informatiearchitectuur en autoriteit.
GEO (Generative Engine Optimization) betekent in de praktijk:
- duidelijke, gestructureerde, semantisch consistente content;
- een technisch gezonde site (HTML, schema, interne linking);
- een inhoudelijke positie als betrouwbare bron binnen je domein.
Er zijn geen snelle GEO-hacks die resultaat garanderen. Wel kun je systematisch bouwen aan een fundament waar zowel klassieke zoekmachines als LLM-gedreven systemen graag gebruik van maken. Dat vraagt minder om nieuwe trucjes, en meer om duurzame keuzes in architectuur, documentatie en contentkwaliteit.